’Kerkorgel’ Dub de Vries

’Kerkorgel’ Dub de Vries
Dub de Vries: „Ik noem mijzelf geen organist, maar ’bespeel het orgel’.’’© Foto Wim Egas

door: Ronald Massaut 03/03/2017 om 22:04 ZAANDAM

Allemaal hebben ze wel een mening over organist, arrangeur, talentontdekker Dub de Vries (73). Vakbroeders roemen zijn professionaliteit. Voor talentvolle musici is hij een vaderfiguur, voor kerkgangers hun muzikale voorganger. En dan is er ook nog de jaloezie van het conservatoriumgilde, die hem wel een ’amateur’ noemen. Graag was ook Dub de Vries naar het conservatorium gegaan, maar ’dat zat er bij ons thuis niet in; je moest werken’. „Dat ik uiteindelijk toch tot hier ben gekomen, het zal zo voorbestemd zijn. Ik neem het leven zoals het komt. Een goed leven.”

Dub de Vries blijft bescheiden. „Ik begeleid musici, noem mijzelf geen organist, maar ’bespeel het orgel’.” Dat doet hij al langer dan 60 jaar, te beginnen met het traporgel thuis in Urk, waar hij geboren werd. Een gezin van vijf kinderen, vader was bakker. Niemand die visser wilde worden, omdat de zoons steevast zeeziek werden. „Mijn broer moesten ze halverwege de trip terugbrengen naar Urk, zo ziek was-ie.” Zo kwam het gezin in Wormer terecht. Vader aan de slag bij Gerkens Cacao. Een kerkelijk gezin; ’gereformeerd, maar niet zo heel erg streng’, kijkt De Vries terug. „Al zagen wij wel dat andere kinderen op zondag met blote benen op de fiets zaten en wij twee keer per dag in ’t nette pak naar de kerk gingen.”

Commando’s

Dub de Vries noemt zijn levenswandel ’een geleid leven’. Belangrijke keuzes zijn het gevolg van beslissingen van anderen. Zo speelde hij al vroeg in het eerste van Blauw-Wit, maar vader wees talentscout Henk Groot resoluut de deur. „Ondenkbaar dat ik op zondag zou gaan voetballen.” Dub werd uit de rij geplukt bij de dokter van het Korps Commando Troepen, omdat hij als Urker kind geen enkele inenting had gehad. „Zo kwam ik bij het tamboerkorps van de Prinses Irene Brigade, waar ik tuba en trompet leerde spelen en arrangeren. Een prachtige tijd!’’

Terug in burger kon hij bij Kunstdrukkerij Mercurius aan de slag. In de avonduren leerde hij voor offsetdrukker, afgewisseld met orgellessen van Taeke Bijlsma. Het geregelde gezinsleven met vrouw en drie kinderen werd ruw onderbroken door een scheiding. „Ik had ineens alle tijd om orgel te spelen; mijn grote passie, iets wat ik voor mijn werk nooit heb gevoeld. Ik deed mijn werk en goed, maar meer ook niet. Ik heb mij acht jaar volledig op de muziek gestort tot ik Ingrid leerde kennen. „Daarna is-ie daar gewoon mee doorgegaan, hoor”, zegt zij plagend. Dub kijkt haar aan en knikt. „Er zijn periodes dat ik héél véél weg ben. Heel eerlijk: ik kan geen ’nee’ zeggen, wil iedereen helpen. Maar als wij echt samen iets gepland hebben om te doen, dan komt daar ook niets meer tussen. Zondagmiddag gaan we meestal wandelen. Zeker tien kilometer. Heerlijk om te doen en het houdt ons in conditie.”

Gouden cd

Hij zal de tel inmiddels kwijt zijn, maar Dub de Vries is te horen op 87 cd’s, al wordt er ook wel gezegd dat het er 91 zijn. Daaronder een ’Gouden cd’ voor de verkoop van 25.000 stuks. Er was al eens een cd die 88.000 verkocht, maar de uitgever vond het niet nodig om een Gouden plaat aan te vragen. „Hij zei: we doen het toch niet voor ons zelf, maar voor de Here Gods. Tsja, daar had ik natuurlijk niet van terug. Ik heb ook arrangementen geschreven, geestelijk en klassiek, als bladmuziek uitgegeven via Jan Zwart in Zaandam. Maar als ze het vragen geef ik het ook gratis weg. Ik heb hier hele stapels liggen.”

’Stofzuiger’

Wil je Dub de Vries, dan moet je er snel bij zijn. Hij is vaste bespeler op verschillende kerkorgels en wordt welhaast wekelijks gevraagd om te spelen op begrafenissen. „Als de benzine wordt betaald, dan is het voor mij goed. Ik hoef er niet van te leven.” Hij was vaste begeleider van aansprekende koren, waaronder het Nieuwe Dieper Visserskoor uit Den Helder en het Urker Mannenkoor en het Zaans Interkerkelijk Mannenkoor. Koren blijken lang niet allemaal mooie zangstemmen te hebben. Het leverde hem de bijnaam ’stofzuiger’ op, gegeven door Louis van Dijk. „Als iemand vals zingt of een noot niet haalt dan speel ik er flink overheen, zodat het niet zo opvalt. Achteraf krijg ik wel het verwijt: ’wat klinkt dat orgel hard’. Ik wil altijd anderen beter laten klinken.”

Een kerkorgel speel je nooit alleen, vult Dub de Vries aan. ,,Rob Vosseberg uit Wormerveer is mijn registrant, zeg maar hulp-organist. Hij bedient de registers van een pijporgel. Zonder hem geen vloeiend orgelspel.’’ Samen met pianist Arie Horst vormt hij de basis van Ensemble Sonore, dat wordt aangevuld met solo-instrumentalisten, zoals Liselotte Rokyta (panfluit) , Anja van der Maten (hobo) of Martin de Deugd (viool). Of met zijn Zaanse ontdekkingen trompettiste Melissa Venema of sopraan Annika Glimmerveen, met wie hij optrad in Pretoria in Zuid-Afrika.

’Moest zo zijn’

Ook weer zo’n toevalligheid. „De moeder van mijn ex-vrouw had iemand, op familiebezoek hier in de Zaanstreek, een paar cd’s van mij meegegeven. Via-via kwamen die bij Radio Pretoria terecht en werden gespeeld. ’Kunnen jullie die man niet eens een keer naar Zuid-Afrika halen’, vroegen luisteraars. Fanie Smit Muziektoere pakte dat op. Zo zijn we al zeven keer daar op tournee geweest. Kennelijk moest het zo zijn.”

Een leven als beroepsmuzikant heeft Dub de Vries ’nooit zien zitten’. „Ik ken wel veel muzikanten met conservatorium. Die kom ik ook tegen bij Albert Heijn waar ze vakken vullen. Of een fantastische harpiste die wc’s schoonmaakt om rond te komen. Dat is toch verschrikkelijk! Ik heb 36 jaar gewerkt als offsetdrukker en dat gaf mij een prima basis en voldoende vrije tijd om orgel te spelen. Met 60 kon ik met de vut. Heb ik direct gedaan. Sindsdien houd ik mij alleen nog met muziek bezig. Ik ben er niet rijk van geworden, maar leef een rijk en gezegend leven.”